De of het retailbelegger?

Het juiste lidwoord is:

de retailbelegger

  • Meervoud: de retailbeleggers
Betekenis (financieel) particulieren die niet-professioneel beleggen, vaak met eigen vermogen en zonder een plan, waarbij ze emotionele beslissingen nemen

Zo gebruik je retailbelegger

Met lidwoordde retailbelegger
Dit of dezedeze retailbelegger
Dat of diedie retailbelegger
Ons of onzeonze retailbelegger
Jouwjouw retailbelegger
Elk of elkeelke retailbelegger
Welk of welkewelke retailbelegger?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote retailbelegger, de grote retailbelegger
Meervoudde retailbeleggers, deze retailbeleggers

Voorbeeldzinnen met retailbelegger

  • Het risico kan toenemen dat retailbeleggers investeren in producten die niet passen bij hun risicoprofiel.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).