De of het reiskoepel?

Het juiste lidwoord is:

de reiskoepel

  • Meervoud: de reiskoepels
Betekenis organisatie die opkomt voor de belangen van reisorganisaties; brancheorganisatie voor de reiswereld

Zo gebruik je reiskoepel

Met lidwoordde reiskoepel
Dit of dezedeze reiskoepel
Dat of diedie reiskoepel
Ons of onzeonze reiskoepel
Jouwjouw reiskoepel
Elk of elkeelke reiskoepel
Welk of welkewelke reiskoepel?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote reiskoepel, de grote reiskoepel
Meervoudde reiskoepels, deze reiskoepels

Voorbeeldzinnen met reiskoepel

  • Voor vakanties in augustus zal dat begin juli zijn", zegt directeur Frank Oostdam van reiskoepel ANVR tegen NU.nl.
  • Volgens reiskoepel ANVR zijn het er "ongetwijfeld een aantal duizenden".

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).