De of het reisgenote?

Het juiste lidwoord is:

de reisgenote

  • Meervoud: de reisgenotes
Regel Woorden op -te: meestal de. Bekijk de regel
Betekenis vrouw waarmee men samen een reis maakt

Zo gebruik je reisgenote

Met lidwoordde reisgenote
Dit of dezedeze reisgenote
Dat of diedie reisgenote
Ons of onzeonze reisgenote
Jouwjouw reisgenote
Elk of elkeelke reisgenote
Welk of welkewelke reisgenote?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote reisgenote, de grote reisgenote
Meervoudde reisgenotes, deze reisgenotes

Voorbeeldzinnen met reisgenote

  • Daarna stond hij op, pakte zijn jas van de grond, sloeg hem om zijn schouders, stak een veldje over en liep naar zijn reisgenote.
  • Warmbier stal een een vlag met propaganda. Het kostte uiteindelijk zijn leven. Voor zijn Deense reisgenote is het verhaal dat Noord-Korea vertelt, onbegrijpelijk.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).