De of het regenpluim?

Het juiste lidwoord is:

de regenpluim

  • Meervoud: de regenpluimen
Betekenis slierten regen

Zo gebruik je regenpluim

Met lidwoordde regenpluim
Dit of dezedeze regenpluim
Dat of diedie regenpluim
Ons of onzeonze regenpluim
Jouwjouw regenpluim
Elk of elkeelke regenpluim
Welk of welkewelke regenpluim?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote regenpluim, de grote regenpluim
Meervoudde regenpluimen, deze regenpluimen

Voorbeeldzinnen met regenpluim

  • Aan de westkant van de stad dreven regenpluimen over het Havelmeer, als rook.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).