De of het radioapparatuur?

Het juiste lidwoord is:

de radioapparatuur

Betekenis toestellen die nodig zijn voor het verzenden of ontvangen van radioberichten

Zo gebruik je radioapparatuur

Met lidwoordde radioapparatuur
Dit of dezedeze radioapparatuur
Dat of diedie radioapparatuur
Ons of onzeonze radioapparatuur
Jouwjouw radioapparatuur
Elk of elkeelke radioapparatuur
Welk of welkewelke radioapparatuur?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote radioapparatuur, de grote radioapparatuur

Voorbeeldzinnen met radioapparatuur

  • Ik had een rugzak vol met radioapparatuur bij me en daar staken draadjes uit, dus ik snap wel dat ze me op dat moment verdacht vonden."'
  • De Russische bommenwerpers hadden hun radioapparatuur vandaag niet op de juiste wijze ingesteld, waardoor de transponder een verkeerd signaal uitzond.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).