De of het privékok?

Het juiste lidwoord is:

de privékok

  • Meervoud: de privékoks
  • Verkleinwoord: het privékokje
Betekenis 1. (beroep) iemand die kookt als beroep en in dienst is van een particulier 2. iemand die speciaal voor één persoon of groep personen kookt

Zo gebruik je privékok

Met lidwoordde privékok
Dit of dezedeze privékok
Dat of diedie privékok
Ons of onzeonze privékok
Jouwjouw privékok
Elk of elkeelke privékok
Welk of welkewelke privékok?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote privékok, de grote privékok
Meervoudde privékoks, deze privékoks

Voorbeeldzinnen met privékok

  • Van der Lee, die als privékok werkt in Londen, maakte gerechten waar niets op aan te merken viel.
  • Als haar Haagse privékok-voor-één-dag dan ook nog aankomt met gado gado, roept de krasse Hengelose: „Jesse, houd op!”.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).