De of het privédeel?

Het juiste lidwoord is:

het privédeel

  • Meervoud: de privédelen
Betekenis 1. het deel dat voor persoonlijk gebruik is; het particuliere deel 2. (seksualiteit) intieme lichaamsdelen

Zo gebruik je privédeel

Met lidwoordhet privédeel
Dit of dezedit privédeel
Dat of diedat privédeel
Ons of onzeons privédeel
Jouwjouw privédeel
Elk of elkeelk privédeel
Welk of welkewelk privédeel?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot privédeel, het grote privédeel
Meervoudde privédelen, deze privédelen

Voorbeeldzinnen met privédeel

  • Daar waar het privédeel door de Belastingdienst vaak grotendeels is ingevuld, moet je het zakelijk deel als ondernemer zelf doen.
  • De twee zouden tijdens een zomerkamp voor Joodse kinderen in de Verenigde Staten zijn aangerand door de Amerikaan L., die begeleider was.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).