De of het privé-inkomen?

Het juiste lidwoord is:

het privé-inkomen

  • Meervoud: de privé-inkomens
  • Verkleinwoord: het privé-inkomentje
Betekenis inkomen dat men voor persoonlijke zaken kan gebruiken; inkomen dat men door persoonlijke activiteiten heeft verworven

Zo gebruik je privé-inkomen

Met lidwoordhet privé-inkomen
Dit of dezedit privé-inkomen
Dat of diedat privé-inkomen
Ons of onzeons privé-inkomen
Jouwjouw privé-inkomen
Elk of elkeelk privé-inkomen
Welk of welkewelk privé-inkomen?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot privé-inkomen, het grote privé-inkomen
Meervoudde privé-inkomens, deze privé-inkomens

Voorbeeldzinnen met privé-inkomen

  • Naast zijn salaris had de directeur nog een privé-inkomen uit zijn privé-bedrijf.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).