De of het privé-eigenaar?

Het juiste lidwoord is:

de privé-eigenaar

  • Meervoud: de privé-eigenaren / privé-eigenaars
Betekenis persoon die iets bezit voor zichzelf zonder het te hoeven delen met anderen

Zo gebruik je privé-eigenaar

Met lidwoordde privé-eigenaar
Dit of dezedeze privé-eigenaar
Dat of diedie privé-eigenaar
Ons of onzeonze privé-eigenaar
Jouwjouw privé-eigenaar
Elk of elkeelke privé-eigenaar
Welk of welkewelke privé-eigenaar?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote privé-eigenaar, de grote privé-eigenaar
Meervoudde privé-eigenaren, deze privé-eigenaren

Voorbeeldzinnen met privé-eigenaar

  • De privé-eigenaar van dit natuurgebied verbiedt bezoekers dit terrein te bezoeken.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).