De of het preekweek?

Het juiste lidwoord is:

de preekweek

  • Meervoud: de preekweken
  • Verkleinwoord: het preekweekje
Betekenis 1. week waarin men allerlei moralistische lezingen aangeboden krijgt 2. week waarin iemand dagelijks preken houdt

Zo gebruik je preekweek

Met lidwoordde preekweek
Dit of dezedeze preekweek
Dat of diedie preekweek
Ons of onzeonze preekweek
Jouwjouw preekweek
Elk of elkeelke preekweek
Welk of welkewelke preekweek?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote preekweek, de grote preekweek
Meervoudde preekweken, deze preekweken

Voorbeeldzinnen met preekweek

  • De bedoeling van deze preekweek was om de middelbare scholieren de gevaren op tijd te laten zien.
  • Elke zondag preekt hij in een der kerken in de stad, en om de week preekte hij ook van maandag tot zaterdag. Tussen de ”preekweken” in lagen de weken dat hij Bijbellezingen gaf.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).