De of het prediker?

Het juiste lidwoord is:

de prediker

  • Meervoud: de predikers
Betekenis 1. een warm voorstander van een zaak die voor die zaak pleit 2. (religie) verkondiger van de Goddelijke Waarheid

Zo gebruik je prediker

Met lidwoordde prediker
Dit of dezedeze prediker
Dat of diedie prediker
Ons of onzeonze prediker
Jouwjouw prediker
Elk of elkeelke prediker
Welk of welkewelke prediker?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote prediker, de grote prediker
Meervoudde predikers, deze predikers

Voorbeeldzinnen met prediker

  • Hij was een waar prediker voor meer soberheid en eenvoud.
  • Wie echter denkt dat Franciscus erelid avant la lettre was van de Partij voor de Dieren …

Woorden die eindigen op prediker

zedenprediker | geloofsprediker | straatprediker

Bij samenstellingen bepaalt het laatste deel het lidwoord. Bekijk de regel

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).