De of het precariaat?

Het juiste lidwoord is:

het precariaat

  • Meervoud: de precariaten
Betekenis onderste sociale klasse die steeds in bestaansonzekerheid leeft

Zo gebruik je precariaat

Met lidwoordhet precariaat
Dit of dezedit precariaat
Dat of diedat precariaat
Ons of onzeons precariaat
Jouwjouw precariaat
Elk of elkeelk precariaat
Welk of welkewelk precariaat?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot precariaat, het grote precariaat
Meervoudde precariaten, deze precariaten

Voorbeeldzinnen met precariaat

  • De 'werkende bovenlaag' (20 procent van de bevolking), de 'jongere kansrijken' (9 procent), de 'rentenierende bovenlaag' (12 procent), de 'werkende middengroep' (25 procent) …
  • Hij werd bekend door zijn boek waarin hij waarschuwt voor het 'Precariaat', het toenemende aantal burgers dat niet rijk is, maar in de economische marge leeft.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).