De of het polsblessure?

Het juiste lidwoord is:

de polsblessure

  • Meervoud: de polsblessures / polsblessuren
Betekenis (medisch, sport) letsel aan de overgang tussen onderarm en hand door overmatig gebruik

Zo gebruik je polsblessure

Met lidwoordde polsblessure
Dit of dezedeze polsblessure
Dat of diedie polsblessure
Ons of onzeonze polsblessure
Jouwjouw polsblessure
Elk of elkeelke polsblessure
Welk of welkewelke polsblessure?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote polsblessure, de grote polsblessure
Meervoudde polsblessures, deze polsblessures

Voorbeeldzinnen met polsblessure

  • Luiten, die dit seizoen lang aan de kant stond met een polsblessure en eerder vreesde dit jaar niet meer in actie te kunnen komen, staat op de 57ste plaats.
  • Donderdag was Van der Poel, die vanwege een polsblessure even niet mag mountainbiken, ook al tweede geworden in de 4,5 kilometer lange proloog van de Franse etappekoers.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).