De of het polderopzichter?

Het juiste lidwoord is:

de polderopzichter

  • Meervoud: de polderopzichters
Betekenis (waterbeheer, beroep) toezichthouder op de waterhuishouding in een polder

Zo gebruik je polderopzichter

Met lidwoordde polderopzichter
Dit of dezedeze polderopzichter
Dat of diedie polderopzichter
Ons of onzeonze polderopzichter
Jouwjouw polderopzichter
Elk of elkeelke polderopzichter
Welk of welkewelke polderopzichter?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote polderopzichter, de grote polderopzichter
Meervoudde polderopzichters, deze polderopzichters

Voorbeeldzinnen met polderopzichter

  • Rijkswaterstaat had al eerder naar de polderopzichter op Battenoord gebeld om inlichtingen over de waterstand.
  • Lijkbleek gooide de polderopzichter de hoorn op de haak, vertwijfeld uitroepend: 'Burgemeester, kondig de noodtoestand af, de dijken kunnen het niet houden.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).