De of het plusdochter?

Het juiste lidwoord is:

de plusdochter

  • Meervoud: de plusdochters
  • Verkleinwoord: het plusdochtertje
Betekenis (familie) vrouwelijk kind van een partner uit een eerdere relatie

Zo gebruik je plusdochter

Met lidwoordde plusdochter
Dit of dezedeze plusdochter
Dat of diedie plusdochter
Ons of onzeonze plusdochter
Jouwjouw plusdochter
Elk of elkeelke plusdochter
Welk of welkewelke plusdochter?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote plusdochter, de grote plusdochter
Meervoudde plusdochters, deze plusdochters

Voorbeeldzinnen met plusdochter

  • Ze trok zich terug uit de tv-wereld om voltijds moeder te worden. “Ik ben graag thuis met alle kinderen samen, ook mijn plusdochter Helena.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).