De of het plandemie?

Het juiste lidwoord is:

de plandemie

  • Meervoud: de plandemieën
Betekenis een (volgens sommige complotdenkers) door de overheid gewenste en geplande pandemie met als doel de vrijheid van de burger te beteugelen

Zo gebruik je plandemie

Met lidwoordde plandemie
Dit of dezedeze plandemie
Dat of diedie plandemie
Ons of onzeonze plandemie
Jouwjouw plandemie
Elk of elkeelke plandemie
Welk of welkewelke plandemie?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote plandemie, de grote plandemie
Meervoudde plandemieën, deze plandemieën

Voorbeeldzinnen met plandemie

  • Maar sommigen van ons zijn dat niet en trappen niet langer in deze geprogrammeerde plandemie”, twitterde ze afgelopen zomer nog.,,Je bent voor niemand een bedreiging door simpelweg te ademen.“

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).