De of het plancher?

Het juiste lidwoord is:

de plancher

Betekenis (bouwkunde) langwerpige, vlak en recht afgezaagde stukken hout, gebruikt als vloer

Zo gebruik je plancher

Met lidwoordde plancher
Dit of dezedeze plancher
Dat of diedie plancher
Ons of onzeonze plancher
Jouwjouw plancher
Elk of elkeelke plancher
Welk of welkewelke plancher?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote plancher, de grote plancher

Voorbeeldzinnen met plancher

  • Ze woont in 'n smal straatje achter 't stadhuis, het is er gezellig en ze heeft een heel toffe kat die op bed slaapt en een schildpad die over de plancher rondkruipt …

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).