De of het pepel?

Het juiste lidwoord is:

de pepel

  • Meervoud: de pepels
Betekenis (verouderd) benaming voor nectar etende insecten uit de orde Lepidoptera, gekenmerkt door vier vaak gekleurde vleugels die met heel kleine schubben zijn bedekt

Zo gebruik je pepel

Met lidwoordde pepel
Dit of dezedeze pepel
Dat of diedie pepel
Ons of onzeonze pepel
Jouwjouw pepel
Elk of elkeelke pepel
Welk of welkewelke pepel?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote pepel, de grote pepel
Meervoudde pepels, deze pepels

Voorbeeldzinnen met pepel

  • Als een ontpopte pepel stijgt mijn ziel boven deze aarde, en zoekt in kristallijnen kringen een subtieler vorm.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).