De of het patiëns?

Het juiste lidwoord is:

het patiëns

  • Meervoud: de patiëntia
Betekenis (taalkunde) dat zinsdeel dat de handeling van het werkwoord ondergaat

Zo gebruik je patiëns

Met lidwoordhet patiëns
Dit of dezedit patiëns
Dat of diedat patiëns
Ons of onzeons patiëns
Jouwjouw patiëns
Elk of elkeelk patiëns
Welk of welkewelk patiëns?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot patiëns, het grote patiëns
Meervoudde patiëntia, deze patiëntia

Voorbeeldzinnen met patiëns

  • In de zinnen "Jan eet een appel" en "De appel wordt door Jan gegeten" is "appel" het patiëns.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).