De of het pasgang?

Het juiste lidwoord is:

de pasgang

  • Meervoud: de pasgangen
  • Verkleinwoord: het pasgangetje
Betekenis (dierkunde) manier van draven waarbij de beide linkerpoten en de beide rechterpoten om de beurt tegelijk verzet worden

Zo gebruik je pasgang

Met lidwoordde pasgang
Dit of dezedeze pasgang
Dat of diedie pasgang
Ons of onzeonze pasgang
Jouwjouw pasgang
Elk of elkeelke pasgang
Welk of welkewelke pasgang?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote pasgang, de grote pasgang
Meervoudde pasgangen, deze pasgangen

Woorden die beginnen met pasgang

pasganger

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).