De of het parketteur?

Het juiste lidwoord is:

de parketteur

  • Meervoud: de parketteurs
Betekenis (beroep, wonen) persoon die houten vloeren legt

Zo gebruik je parketteur

Met lidwoordde parketteur
Dit of dezedeze parketteur
Dat of diedie parketteur
Ons of onzeonze parketteur
Jouwjouw parketteur
Elk of elkeelke parketteur
Welk of welkewelke parketteur?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote parketteur, de grote parketteur
Meervoudde parketteurs, deze parketteurs

Voorbeeldzinnen met parketteur

  • In een jaar tijd heeft zijn carrière een enorme wending genomen: hij was parketteur en werd uitvaartverzorger.
  • De academie koppelt leerlingen aan leermeesters in de praktijk, om hen om te scholen tot ambachtsman – of vrouw, zoals lijstenmaker, parketteur of pianotechnicus.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).