De of het paalrecht?

Het juiste lidwoord is:

het paalrecht

  • Meervoud: de paalrechten
Betekenis 1. (scheepvaart) geld dat schippers moeten betalen aan een overheid als vergoeding voor het bebakenen van vaarwegen 2. (juridisch) bevoegdheid van de eigenaar van een eendenkooi om een bepaald gebied daaromheen af te bakenen

Zo gebruik je paalrecht

Met lidwoordhet paalrecht
Dit of dezedit paalrecht
Dat of diedat paalrecht
Ons of onzeons paalrecht
Jouwjouw paalrecht
Elk of elkeelk paalrecht
Welk of welkewelk paalrecht?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot paalrecht, het grote paalrecht
Meervoudde paalrechten, deze paalrechten

Voorbeeldzinnen met paalrecht

  • Tot 1527 was het paalrecht (het recht om paalgeld te heffen) in handen van de stad Kampen.
  • „Er wordt alleen paalrecht geheven, een of twee per mille,” zei de loods.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).