De of het overwal?

Het juiste lidwoord is:

de overwal

  • Meervoud: de overwallen
  • Verkleinwoord: het overwalletje
Betekenis 1. de wal aan de overkant 2. de kust vanwaar de wind waait

Zo gebruik je overwal

Met lidwoordde overwal
Dit of dezedeze overwal
Dat of diedie overwal
Ons of onzeonze overwal
Jouwjouw overwal
Elk of elkeelke overwal
Welk of welkewelke overwal?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote overwal, de grote overwal
Meervoudde overwallen, deze overwallen

Voorbeeldzinnen met overwal

  • Af en toe drong het laag geratel van een rijtuig naar boven; Jakob boog voorover, zag een twaalf-persoons-tentwagen met uitgestoken, natte vlaggetjes op de donkere overwal van de gracht.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).