De of het overlappen?

Het juiste lidwoord is:

de overlappen

Zo gebruik je overlappen

Met lidwoordde overlappen
Dit of dezedeze overlappen
Dat of diedie overlappen
Ons of onzeonze overlappen
Jouwjouw overlappen
Elk of elkeelke overlappen
Welk of welkewelke overlappen?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote overlappen, de grote overlappen