De of het ouwelui?

Het juiste lidwoord is:

de ouwelui

  • Meervoud: de ouwelui
Betekenis de ouders van iemand

Zo gebruik je ouwelui

Met lidwoordde ouwelui
Dit of dezedeze ouwelui
Dat of diedie ouwelui
Ons of onzeonze ouwelui
Jouwjouw ouwelui
Elk of elkeelke ouwelui
Welk of welkewelke ouwelui?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote ouwelui, de grote ouwelui
Meervoudde ouwelui, deze ouwelui

Voorbeeldzinnen met ouwelui

  • Op tweede kerstdag kook ik altijd voor mijn ouwelui waar ik tijdens de kerst verblijf in mijn geboortedorp Kaatsheuvel.
  • Kinderen hoeven hun ouwelui ook niet steeds om poen te vragen voor al dan niet dubieuze uitgaven.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).