De of het ouwehoer?

Het juiste lidwoord is:

de ouwehoer

  • Meervoud: de ouwehoeren
  • Verkleinwoord: het ouwehoertje
Betekenis (informeel) kletskous

Zo gebruik je ouwehoer

Met lidwoordde ouwehoer
Dit of dezedeze ouwehoer
Dat of diedie ouwehoer
Ons of onzeonze ouwehoer
Jouwjouw ouwehoer
Elk of elkeelke ouwehoer
Welk of welkewelke ouwehoer?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote ouwehoer, de grote ouwehoer
Meervoudde ouwehoeren, deze ouwehoeren

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).