De of het oud-inwoner?

Het juiste lidwoord is:

de oud-inwoner

  • Meervoud: de oud-inwoners
Betekenis voormalig inwoner

Zo gebruik je oud-inwoner

Met lidwoordde oud-inwoner
Dit of dezedeze oud-inwoner
Dat of diedie oud-inwoner
Ons of onzeonze oud-inwoner
Jouwjouw oud-inwoner
Elk of elkeelke oud-inwoner
Welk of welkewelke oud-inwoner?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote oud-inwoner, de grote oud-inwoner
Meervoudde oud-inwoners, deze oud-inwoners

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).