De of het opwonende?

Het juiste lidwoord is:

de opwonende

  • Meervoud: de opwonenden
Betekenis persoon die in een bepaalde plaats of een bepaald land woont

Zo gebruik je opwonende

Met lidwoordde opwonende
Dit of dezedeze opwonende
Dat of diedie opwonende
Ons of onzeonze opwonende
Jouwjouw opwonende
Elk of elkeelke opwonende
Welk of welkewelke opwonende?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote opwonende, de grote opwonende
Meervoudde opwonenden, deze opwonenden

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).