De of het optrek?

Het juiste lidwoord is:

de optrek

  • Meervoud: de optrekken
  • Verkleinwoord: het optrekje
Betekenis meestal gebruikt in de verklein vorm: een kleine woning of een klein verblijf soms ook schertsend gebruikt voor juist een groot huis

Zo gebruik je optrek

Met lidwoordde optrek
Dit of dezedeze optrek
Dat of diedie optrek
Ons of onzeonze optrek
Jouwjouw optrek
Elk of elkeelke optrek
Welk of welkewelke optrek?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote optrek, de grote optrek
Meervoudde optrekken, deze optrekken

Voorbeeldzinnen met optrek

  • Hij heeft voor 5 miljoen euro een bescheiden optrekje in het Gooi gekocht.

Woorden die beginnen met optrek

optrekking

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).