De of het opprikkelateur?

Het juiste lidwoord is:

het opprikkelateur

  • Meervoud: de opprikkelateurs
Betekenis (beroep) gepensioneerde spoorwegbeambte die met een prikstok (zwerf)afval langs het spoor opruimt.

Zo gebruik je opprikkelateur

Met lidwoordhet opprikkelateur
Dit of dezedit opprikkelateur
Dat of diedat opprikkelateur
Ons of onzeons opprikkelateur
Jouwjouw opprikkelateur
Elk of elkeelk opprikkelateur
Welk of welkewelk opprikkelateur?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot opprikkelateur, het grote opprikkelateur
Meervoudde opprikkelateurs, deze opprikkelateurs

Voorbeeldzinnen met opprikkelateur

  • Die belanden kilometers ver op de spoorbaan en leveren daar dagelijks werk voor de opprikkelateur …

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).