De of het opponens?

Het juiste lidwoord is:

de opponens

Betekenis (onderwijs) aanspreektitel van iemand die (kritische) vragen stelt tijdens de promotie aan een universiteit

Zo gebruik je opponens

Met lidwoordde opponens
Dit of dezedeze opponens
Dat of diedie opponens
Ons of onzeonze opponens
Jouwjouw opponens
Elk of elkeelke opponens
Welk of welkewelke opponens?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote opponens, de grote opponens

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).