De of het oplanger?

Het juiste lidwoord is:

de oplanger

  • Meervoud: de oplangers
Betekenis 1. iemand die omhoog reikt 2. (bouwkunde) stuk hout of metaal dat boven op een ander stuk hout of metaal wordt geplaatst

Zo gebruik je oplanger

Met lidwoordde oplanger
Dit of dezedeze oplanger
Dat of diedie oplanger
Ons of onzeonze oplanger
Jouwjouw oplanger
Elk of elkeelke oplanger
Welk of welkewelke oplanger?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote oplanger, de grote oplanger
Meervoudde oplangers, deze oplangers

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).