De of het opdijk?

Het juiste lidwoord is:

de opdijk

  • Meervoud: de opdijken
  • Verkleinwoord: het opdijkje
Betekenis (waterbeheer) deel van een polderdijk, dijkpand, dat rechthoekig staat op die dijk en de scheiding vormt tussen twee polders

Zo gebruik je opdijk

Met lidwoordde opdijk
Dit of dezedeze opdijk
Dat of diedie opdijk
Ons of onzeonze opdijk
Jouwjouw opdijk
Elk of elkeelke opdijk
Welk of welkewelke opdijk?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote opdijk, de grote opdijk
Meervoudde opdijken, deze opdijken

Voorbeeldzinnen met opdijk

  • Het gaat hier om een zogenoemde opdijk.

Woorden die eindigen op opdijk

omloopdijk

Bij samenstellingen bepaalt het laatste deel het lidwoord. Bekijk de regel

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).