De of het opblaaskerk?

Het juiste lidwoord is:

de opblaaskerk

  • Meervoud: de opblaaskerken
Betekenis tijdelijk, opblaasbaar kerkgebouw

Zo gebruik je opblaaskerk

Met lidwoordde opblaaskerk
Dit of dezedeze opblaaskerk
Dat of diedie opblaaskerk
Ons of onzeonze opblaaskerk
Jouwjouw opblaaskerk
Elk of elkeelke opblaaskerk
Welk of welkewelke opblaaskerk?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote opblaaskerk, de grote opblaaskerk
Meervoudde opblaaskerken, deze opblaaskerken

Voorbeeldzinnen met opblaaskerk

  • Op het plein de Hof was een knalroze opblaaskerk herrezen, waar een homo-organisatie een bijeenkomst hield om te praten over Nashville-verklaring.
  • Op het Dorsetplein wordt een opblaaskerk neergezet waar kinderactiviteiten zijn.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).