De of het oorlogsvlieger?

Het juiste lidwoord is:

de oorlogsvlieger

  • Meervoud: de oorlogsvliegers
Betekenis (militair) piloot van een gevechtsvliegtuig

Zo gebruik je oorlogsvlieger

Met lidwoordde oorlogsvlieger
Dit of dezedeze oorlogsvlieger
Dat of diedie oorlogsvlieger
Ons of onzeonze oorlogsvlieger
Jouwjouw oorlogsvlieger
Elk of elkeelke oorlogsvlieger
Welk of welkewelke oorlogsvlieger?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote oorlogsvlieger, de grote oorlogsvlieger
Meervoudde oorlogsvliegers, deze oorlogsvliegers

Voorbeeldzinnen met oorlogsvlieger

  • Nederlandse oorlogsvlieger uit WO II op 100-jarige leeftijd overleden
  • Kinderen kunnen ook klauteren over een dubbeldeksvliegtuig, een verwijzing naar Saint-Exupéry, die in 1944 als oorlogsvlieger omkwam. Ook is er een luchtbar, op 35 meter hoogte.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).