De of het oogdokter?

Het juiste lidwoord is:

de oogdokter

  • Meervoud: de oogdokters
  • Verkleinwoord: het oogdoktertje
Betekenis (medisch, beroep) een medisch specialist die de heelkunde van het oog oftewel de oogheelkunde beoefent

Zo gebruik je oogdokter

Met lidwoordde oogdokter
Dit of dezedeze oogdokter
Dat of diedie oogdokter
Ons of onzeonze oogdokter
Jouwjouw oogdokter
Elk of elkeelke oogdokter
Welk of welkewelke oogdokter?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote oogdokter, de grote oogdokter
Meervoudde oogdokters, deze oogdokters

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).