De of het omwoners?

Het juiste lidwoord is:

de omwoners

  • Meervoud: de omwoners
Betekenis groep mensen die bij iets in de buurt woont

Zo gebruik je omwoners

Met lidwoordde omwoners
Dit of dezedeze omwoners
Dat of diedie omwoners
Ons of onzeonze omwoners
Jouwjouw omwoners
Elk of elkeelke omwoners
Welk of welkewelke omwoners?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote omwoners, de grote omwoners
Meervoudde omwoners, deze omwoners

Voorbeeldzinnen met omwoners

  • Agent Jihnhai snelde naar de Guanghuabrug, toen omwoners zagen dat een jonge vrouw op het punt stond er vanaf te springen. Met op haar arm een kleine baby.
  • Voor omwoners en ondernemers uit de getroffen straten zijn vanmiddag twee besloten bijeenkomsten gepland.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).