De of het omtrekken?

Het juiste lidwoord is:

de omtrekken

Betekenis 1. buitenranden, contouren 2. nabijgelegen plek(ken) (het meervoud is hier vooral versterkend bedoeld)

Zo gebruik je omtrekken

Met lidwoordde omtrekken
Dit of dezedeze omtrekken
Dat of diedie omtrekken
Ons of onzeonze omtrekken
Jouwjouw omtrekken
Elk of elkeelke omtrekken
Welk of welkewelke omtrekken?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote omtrekken, de grote omtrekken

Voorbeeldzinnen met omtrekken

  • De troepen moesten heel het bos omtrekken.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).