De of het omgevingsgeluid?

Het juiste lidwoord is:

het omgevingsgeluid

  • Meervoud: de omgevingsgeluiden
  • Verkleinwoord: het omgevingsgeluidje
Betekenis geluid dat afkomstig is van de achtergrond; geluid waar men niet aandachtig naar luistert; storend geluid

Zo gebruik je omgevingsgeluid

Met lidwoordhet omgevingsgeluid
Dit of dezedit omgevingsgeluid
Dat of diedat omgevingsgeluid
Ons of onzeons omgevingsgeluid
Jouwjouw omgevingsgeluid
Elk of elkeelk omgevingsgeluid
Welk of welkewelk omgevingsgeluid?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot omgevingsgeluid, het grote omgevingsgeluid
Meervoudde omgevingsgeluiden, deze omgevingsgeluiden

Voorbeeldzinnen met omgevingsgeluid

  • Het zachte gekabbel van het beekje vormde de perfecte omgevingsgeluiden voor een picknick in het park.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).