De of het oir?

Het juiste lidwoord is:

het oir

Betekenis 1. (juridisch, verouderd) geheel van de personen die in rechte lijn van iemand afstammen 2. (figuurlijk, verouderd) persoon die in rechte lijn van iemand afstamt

Zo gebruik je oir

Met lidwoordhet oir
Dit of dezedit oir
Dat of diedat oir
Ons of onzeons oir
Jouwjouw oir
Elk of elkeelk oir
Welk of welkewelk oir?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot oir, het grote oir

Voorbeeldzinnen met oir

  • Wie heerst, die hoopt en doet om oir meer dan hij mag.
  • Bestraf hem niet. Dit is de vrome vechter die 't volk beschut, zijn eigen hof vernielt, zijn enig oir en erfgenaam' ontzielt.

Woorden die eindigen op oir

boudoir | parloir | couloir | fumoir | peignoir | urinoir | vrouwenurinoir | terroir | dressoir | pissoir | repoussoir | declaratoir | territoir | requisitoir | chantoir | remontoir | abattoir | trottoir | sautoir | reservoir | waterreservoir | arbeidsreservoir

Bij samenstellingen bepaalt het laatste deel het lidwoord. Bekijk de regel

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).