De of het oevervlieg?

Het juiste lidwoord is:

de oevervlieg

  • Meervoud: de oevervliegen
  • Verkleinwoord: het oevervliegje
Betekenis (tweevleugeligen) insect uit de familie Ephydridae uit de orde van de tweevleugeligen (Diptera), onderorde vliegen (Brachycera). Wereldwijd omvat deze familie zo'n 128 genera en 1994 soorten.

Zo gebruik je oevervlieg

Met lidwoordde oevervlieg
Dit of dezedeze oevervlieg
Dat of diedie oevervlieg
Ons of onzeonze oevervlieg
Jouwjouw oevervlieg
Elk of elkeelke oevervlieg
Welk of welkewelke oevervlieg?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote oevervlieg, de grote oevervlieg
Meervoudde oevervliegen, deze oevervliegen

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).