De of het oesterparel?

Het juiste lidwoord is:

de oesterparel

  • Meervoud: de oesterparelen / oesterparels
Betekenis echte parel, afkomstig van de pareloester

Zo gebruik je oesterparel

Met lidwoordde oesterparel
Dit of dezedeze oesterparel
Dat of diedie oesterparel
Ons of onzeonze oesterparel
Jouwjouw oesterparel
Elk of elkeelke oesterparel
Welk of welkewelke oesterparel?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote oesterparel, de grote oesterparel
Meervoudde oesterparelen, deze oesterparelen

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).