De of het nutshuisdier?

Het juiste lidwoord is:

het nutshuisdier

  • Meervoud: de nutshuisdieren
Betekenis beest dat door mensen in hun woning wordt gehouden om producten voort te brengen of voor ander praktische voordelen

Zo gebruik je nutshuisdier

Met lidwoordhet nutshuisdier
Dit of dezedit nutshuisdier
Dat of diedat nutshuisdier
Ons of onzeons nutshuisdier
Jouwjouw nutshuisdier
Elk of elkeelk nutshuisdier
Welk of welkewelk nutshuisdier?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot nutshuisdier, het grote nutshuisdier
Meervoudde nutshuisdieren, deze nutshuisdieren

Voorbeeldzinnen met nutshuisdier

  • Hij is door de eeuwen heen een huisdier voor de mens geweest, maar wel een nutshuisdier.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).