De of het nuloudergezin?

Het juiste lidwoord is:

het nuloudergezin

  • Meervoud: de nuloudergezinnen
Betekenis ouders die om verschillende redenen zelden thuis zijn om toezicht te kunnen houden op hun kinderen

Zo gebruik je nuloudergezin

Met lidwoordhet nuloudergezin
Dit of dezedit nuloudergezin
Dat of diedat nuloudergezin
Ons of onzeons nuloudergezin
Jouwjouw nuloudergezin
Elk of elkeelk nuloudergezin
Welk of welkewelk nuloudergezin?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot nuloudergezin, het grote nuloudergezin
Meervoudde nuloudergezinnen, deze nuloudergezinnen

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).