De of het nulgroep?

Het juiste lidwoord is:

de nulgroep

  • Meervoud: de nulgroepen

Zo gebruik je nulgroep

Met lidwoordde nulgroep
Dit of dezedeze nulgroep
Dat of diedie nulgroep
Ons of onzeonze nulgroep
Jouwjouw nulgroep
Elk of elkeelke nulgroep
Welk of welkewelke nulgroep?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote nulgroep, de grote nulgroep
Meervoudde nulgroepen, deze nulgroepen

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).