De of het notariskantoor?

Het juiste lidwoord is:

het notariskantoor

  • Meervoud: de notariskantoren
Betekenis werkvertrek van een notaris; gebouw waar een notaris werkt

Zo gebruik je notariskantoor

Met lidwoordhet notariskantoor
Dit of dezedit notariskantoor
Dat of diedat notariskantoor
Ons of onzeons notariskantoor
Jouwjouw notariskantoor
Elk of elkeelk notariskantoor
Welk of welkewelk notariskantoor?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot notariskantoor, het grote notariskantoor
Meervoudde notariskantoren, deze notariskantoren

Voorbeeldzinnen met notariskantoor

  • De linkerkant van de begane grond werd in beslag genomen door de apotheek van Zalkind, rechts was een notariskantoor.
  • Bij het onderzoek is een notariskantoor in Bunnik betrokken. De andere notarissen komen uit Amsterdam en Amstelveen.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).