De of het noodrantsoen?

Het juiste lidwoord is:

het noodrantsoen

  • Meervoud: de noodrantsoenen
  • Verkleinwoord: het noodrantsoentje
Betekenis een voedselvoorraad die mensen meenemen voor het geval zich een noodsituatie voordoet

Zo gebruik je noodrantsoen

Met lidwoordhet noodrantsoen
Dit of dezedit noodrantsoen
Dat of diedat noodrantsoen
Ons of onzeons noodrantsoen
Jouwjouw noodrantsoen
Elk of elkeelk noodrantsoen
Welk of welkewelk noodrantsoen?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot noodrantsoen, het grote noodrantsoen
Meervoudde noodrantsoenen, deze noodrantsoenen

Voorbeeldzinnen met noodrantsoen

  • Ik heb een noodrantsoen voor drie-vier dagen.
  • Een citadel is een zwaar beveiligde ruimte in het schip die is uitgerust met communicatiemiddelen en een noodrantsoen.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).