De of het noodbevel?

Het juiste lidwoord is:

het noodbevel

  • Meervoud: de noodbevelen
Betekenis (juridisch) een bevel die door een burgemeester wordt gegeven als er sprake is van ernstige wanordelijkheden of bij rampen

Zo gebruik je noodbevel

Met lidwoordhet noodbevel
Dit of dezedit noodbevel
Dat of diedat noodbevel
Ons of onzeons noodbevel
Jouwjouw noodbevel
Elk of elkeelk noodbevel
Welk of welkewelk noodbevel?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot noodbevel, het grote noodbevel
Meervoudde noodbevelen, deze noodbevelen

Voorbeeldzinnen met noodbevel

  • De burgemeester kondigde een noodbevel af "vanwege ernstige vrees voor de openbare orde", waarna onder meer de mobiele eenheid ingreep.
  • Naar aanleiding van signalen over mogelijke ongeregeldheden had burgemeester Buma gisteravond een noodbevel aangekondigd voor het centrum van Leeuwarden en het gebied rondom het Cambuurstadion.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).