De of het nieuwelinge?

Het juiste lidwoord is:

de nieuwelinge

  • Meervoud: de nieuwelinges
  • Verkleinwoord: het nieuwelingetje
Betekenis vrouwelijke beginner

Zo gebruik je nieuwelinge

Met lidwoordde nieuwelinge
Dit of dezedeze nieuwelinge
Dat of diedie nieuwelinge
Ons of onzeonze nieuwelinge
Jouwjouw nieuwelinge
Elk of elkeelke nieuwelinge
Welk of welkewelke nieuwelinge?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote nieuwelinge, de grote nieuwelinge
Meervoudde nieuwelinges, deze nieuwelinges

Voorbeeldzinnen met nieuwelinge

  • Neel Seelig had de moed niet er op af te dalen en de oudsten reden met hun jongens of lieten zich trekken; Anna en Marietje en Marijtje waren lange meiden al en Leentje was er en de nieuwelinge.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).