De of het niet-rokengedeelte?

Het juiste lidwoord is:

het niet-rokengedeelte

  • Meervoud: de niet-rokengedeelten / niet-rokengedeeltes
Uitzondering Woorden op -te krijgen meestal de, maar niet-rokengedeelte is een uitzondering. Bekijk de regel
Betekenis het gedeelte waarin niet gerookt mag worden

Zo gebruik je niet-rokengedeelte

Met lidwoordhet niet-rokengedeelte
Dit of dezedit niet-rokengedeelte
Dat of diedat niet-rokengedeelte
Ons of onzeons niet-rokengedeelte
Jouwjouw niet-rokengedeelte
Elk of elkeelk niet-rokengedeelte
Welk of welkewelk niet-rokengedeelte?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot niet-rokengedeelte, het grote niet-rokengedeelte
Meervoudde niet-rokengedeelten, deze niet-rokengedeelten

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).